Pressure control/BIPAP
Pressure Control/BIPAP, meestal afgekort tot PC-BIPAP, is een drukgestuurde vorm van invasieve mechanische beademing waarbij de beademingsmachine wisselt tussen twee positieve drukniveaus. De patiënt kan daarbij, afhankelijk van zijn respiratoire drive en de gekozen instellingen, gedurende de volledige ademcyclus spontaan blijven ademen.
Tijdens de verplichte beademingsteugen wordt een ingestelde inspiratoire druk gedurende een vooraf bepaalde inspiratietijd aangehouden. Het resulterende teugvolume staat niet vast, maar wordt bepaald door het drukverschil, de compliantie van het respiratoire systeem, de luchtwegweerstand, de inspiratietijd en eventuele eigen ademarbeid van de patiënt.
PC-BIPAP kan daardoor worden gebruikt voor zowel volledig gecontroleerde beademing als gedeeltelijke ondersteuning van spontane ademhaling. De modus vraagt echter om zorgvuldige bewaking. Een constante ingestelde druk garandeert namelijk geen constant teugvolume en beschermt niet automatisch tegen longschade.
Belangrijk: invasieve PC-BIPAP is niet hetzelfde als non-invasieve BiPAP
De term BIPAP kan verwarrend zijn, omdat hij in verschillende situaties iets anders kan betekenen.
In dit artikel wordt met PC-BIPAP de invasieve beademingsmodus bedoeld die onder deze naam op onder andere Dräger-beademingsmachines voorkomt. De patiënt is daarbij gewoonlijk geïntubeerd of heeft een tracheacanule.
Bij non-invasieve BiPAP of bilevel-NIV wordt via een masker een hogere inspiratoire druk, IPAP, en een lagere expiratoire druk, EPAP, toegediend. Deze vorm wordt onder andere toegepast bij geselecteerde patiënten met acute hypercapnische respiratoire insufficiëntie of cardiogeen longoedeem.
Hoewel beide systemen twee drukniveaus gebruiken, verschillen de interface, triggering, ademclassificatie, lekkagecompensatie en klinische toepassing. De termen mogen daarom niet zonder verdere uitleg als synoniemen worden gebruikt.
Wat is Pressure Control-beademing?
Bij pressure-controlled ventilation is druk de gecontroleerde variabele. De beademingsmachine verhoogt de luchtwegdruk tijdens de inspiratie naar een ingesteld niveau en probeert deze druk gedurende de ingestelde inspiratietijd te handhaven.
Een drukgecontroleerde verplichte ademteug is doorgaans:
- drukgestuurd;
- tijdgecycleerd;
- door de machine of patiënt getriggerd, afhankelijk van de modus;
- gekenmerkt door een aanvankelijk hoge en daarna afnemende inspiratoire flow.
De ventilator past de flow voortdurend aan om het gekozen drukniveau te bereiken en vast te houden. Aan het begin van de inspiratie is het drukverschil tussen ventilator en long relatief groot en is de flow meestal hoog. Naarmate de alveolaire druk stijgt, neemt het drukverschil af en daalt de inspiratoire flow. Dit geeft de kenmerkende decelererende flowcurve.
Wat is PC-BIPAP?
PC-BIPAP staat voor:
Pressure Control – Biphasic Positive Airway Pressure
De beademingsmachine wisselt bij deze modus tussen:
- een lager drukniveau, meestal de ingestelde PEEP;
- een hoger inspiratoir drukniveau, vaak aangeduid als Pinsp.
De overgang tussen deze twee drukniveaus levert verplichte drukgecontroleerde beademingsteugen op. Tegelijkertijd blijft spontane ademhaling mogelijk tijdens zowel het lagere als het hogere drukniveau.
Bij afwezigheid van spontane ademhaling functioneert PC-BIPAP in de praktijk als een drukgecontroleerde, tijdgecycleerde beademingsvorm. Wanneer de patiënt spontaan gaat ademen, kan die spontane activiteit tussen en tijdens de verplichte drukwisselingen blijven bestaan.
Hoe werkt PC-BIPAP?
De beademingsmachine houdt de luchtwegdruk eerst op het ingestelde expiratoire niveau, oftewel de PEEP. Op het geplande moment verhoogt de machine de druk naar het ingestelde inspiratoire niveau. Deze hogere druk blijft gedurende de ingestelde inspiratietijd bestaan. Daarna daalt de druk terug naar PEEP.
Deze cyclus wordt herhaald volgens de ingestelde verplichte ademfrequentie.
De patiënt kan ondertussen:
- spontaan inademen op het PEEP-niveau;
- spontaan uitademen op het PEEP-niveau;
- spontaan ademen tijdens het hoge drukniveau;
- spontane ademteugen combineren met de verplichte drukwisselingen.
Op Dräger-systemen worden de verplichte overgangen binnen synchronisatievensters afgestemd op de inspiratoire en expiratoire inspanning van de patiënt. Wanneer geen spontane ademactiviteit wordt gedetecteerd, worden de verplichte ademteugen door de machine gestart zodat de ingestelde verplichte frequentie gehandhaafd blijft.
Verplichte en spontane ademteugen bij PC-BIPAP
Een belangrijk kenmerk van PC-BIPAP is dat verplichte en spontane ademteugen naast elkaar kunnen voorkomen.
Verplichte ademteugen
De verplichte ademteugen ontstaan door de overgang van PEEP naar het hogere drukniveau. Deze ademteugen zijn drukgestuurd en tijdgecycleerd.
De arts of beademingsdeskundige stelt onder andere in:
- hoeveel verplichte drukwisselingen per minuut plaatsvinden;
- hoe lang het hoge drukniveau wordt aangehouden;
- hoe groot het drukverschil tussen PEEP en het hoge drukniveau is.
Spontane ademteugen
Spontane ademteugen worden door de patiënt zelf geïnitieerd en beëindigd. Ze kunnen binnen PC-BIPAP op beide drukniveaus voorkomen.
Op het lage drukniveau kan vaak aanvullende pressure support worden ingesteld. Hierdoor krijgt een spontane ademteug extra inspiratoire ondersteuning wanneer deze aan de triggercriteria voldoet. Spontane ademhaling op het hoge drukniveau is eveneens mogelijk, maar wordt niet op ieder apparaat of drukniveau op dezelfde manier ondersteund. De exacte werking moet daarom altijd aan de hand van de gebruikte beademingsmachine worden beoordeeld.
Welke instellingen zijn belangrijk bij PC-BIPAP?
FiO₂
FiO₂ is de zuurstoffractie van het ingeademde gas. De instelling wordt getitreerd op basis van onder andere de zuurstofsaturatie, arteriële bloedgaswaarden en het klinische zuurstofdoel.
Langdurig onnodig hoge zuurstofconcentraties moeten worden vermeden, terwijl tegelijkertijd adequate arteriële oxygenatie noodzakelijk blijft.
PEEP
PEEP is het lagere drukniveau waarop de beademingsmachine aan het einde van de expiratie blijft staan. PEEP kan expiratoire collaps van kleine luchtwegen en recruitbaar longweefsel verminderen, maar een te hoge PEEP kan overdistensie, hypotensie en rechterventrikelbelasting veroorzaken.
Pinsp of het bovenste drukniveau
Pinsp bepaalt het hoge drukniveau tijdens de verplichte inspiratie. Op sommige beademingsmachines wordt de totale inspiratoire druk weergegeven; op andere apparaten wordt de inspiratoire druk boven PEEP ingesteld.
Bij een apparaat waarop Pinsp als absoluut drukniveau wordt weergegeven, is het drukverschil:
drukamplitude = Pinsp − PEEP
Bij een ventilator waarop de inspiratoire druk als druk bóven PEEP wordt ingesteld, is deze waarde zelf al de drukamplitude. Controle van de apparaatdefinitie is daarom essentieel.
Verplichte ademfrequentie
De ingestelde frequentie bepaalt hoeveel verplichte drukwisselingen per minuut worden aangeboden. De totale ademfrequentie kan hoger zijn wanneer de patiënt daarnaast spontaan ademt.
Inspiratietijd of I:E-verhouding
De inspiratietijd bepaalt hoelang het hoge drukniveau wordt aangehouden. Samen met de ademfrequentie bepaalt deze instelling hoeveel tijd voor expiratie beschikbaar is.
Een te korte inspiratietijd kan leiden tot onvoldoende drukopbouw en een laag teugvolume. Een te lange inspiratietijd kan de expiratoire tijd verkorten en bij obstructieve patiënten dynamische hyperinflatie of auto-PEEP bevorderen.
Rise time of slope
De rise time bepaalt hoe snel de beademingsmachine van het lage naar het hoge drukniveau stijgt.
Een zeer snelle drukstijging kan ongemakkelijk zijn of een drukovershoot veroorzaken. Een te langzame stijging kan bij een patiënt met hoge flowbehoefte leiden tot flowtekort en extra ademarbeid.
Triggergevoeligheid
De trigger bepaalt hoeveel druk- of flowverandering nodig is voordat de ventilator een inspiratoire poging herkent.
Een ongevoelige trigger kan vertraagde of ineffectieve triggering veroorzaken. Een te gevoelige trigger kan leiden tot autotriggering door lekkage, condens, hartoscillaties of beweging.
Pressure support
Aanvullende pressure support kan spontane ademteugen op het PEEP-niveau ondersteunen. Daarbij kunnen onder andere het drukniveau, de rise time en het expiratoire cyclingcriterium worden ingesteld.
Alle instellingen moeten in samenhang worden beoordeeld. Het veranderen van één parameter kan het teugvolume, de gemiddelde luchtwegdruk, de expiratoire tijd en de patiënt-beademingsinteractie beïnvloeden.
Waardoor wordt het teugvolume bij Pressure Control bepaald?
Bij volumegecontroleerde beademing wordt een vooraf gekozen teugvolume toegediend en varieert de daarvoor benodigde druk. Bij pressure control wordt een druk gekozen en varieert het resulterende teugvolume.
Het teugvolume bij PC-BIPAP wordt vooral bepaald door:
- het drukverschil tussen Pinsp en totale PEEP;
- de compliantie van longen en thoraxwand;
- de luchtwegweerstand;
- de beschikbare inspiratietijd;
- auto-PEEP;
- de eigen inspiratoire inspanning van de patiënt;
- patiënt-beademingsasynchronie.
Wanneer de compliantie verslechtert, bijvoorbeeld door toenemend longoedeem, atelectase of een pneumothorax, zal bij dezelfde druk doorgaans minder volume worden toegediend.
Bij een toegenomen luchtwegweerstand, bijvoorbeeld door bronchospasme, sputum of een geknikte tube, vult de long langzamer. Wanneer de inspiratietijd niet lang genoeg is, kan het teugvolume afnemen.
Wanneer de patiënt krachtig meeademt, kan het teugvolume juist aanzienlijk stijgen, ook al blijft de ingestelde luchtwegdruk hetzelfde. Een vaste druk is daarom geen garantie voor een veilig teugvolume.
Welke curves zijn zichtbaar bij PC-BIPAP?
Druk-tijdcurve
De drukcurve heeft bij verplichte drukgecontroleerde ademteugen een rechthoekig patroon. De druk stijgt vanaf PEEP naar het hoge drukniveau, blijft daar gedurende de inspiratietijd en keert daarna terug naar PEEP.
Spontane ademteugen kunnen kleine druk- en flowveranderingen veroorzaken bovenop beide drukniveaus.
Flow-tijdcurve
De inspiratoire flow is bij een passieve drukgecontroleerde ademteug meestal aanvankelijk hoog en neemt daarna af. De snelheid waarmee de flow afneemt, wordt beïnvloed door compliantie, weerstand, inspiratietijd en drukverschil.
De expiratoire flow moet voor de volgende ademteug voldoende richting nul terugkeren. Wanneer dat niet gebeurt, kan sprake zijn van onvolledige expiratie en auto-PEEP.
Volume-tijdcurve
Het volume neemt tijdens de inspiratie toe en keert tijdens de expiratie terug naar de uitgangswaarde. Een stijgend of dalend teugvolume bij ongewijzigde instellingen kan wijzen op veranderingen in longmechanica, spontane ademarbeid of lekkage.
De curves moeten samen worden beoordeeld. Alleen het ingestelde Pinsp of alleen de gemeten piekdruk geeft onvoldoende informatie over de effectiviteit en veiligheid van de beademing.
Wanneer wordt PC-BIPAP gebruikt?
PC-BIPAP is geen behandeling voor één specifieke ziekte. Het is een methode om drukgestuurde verplichte beademing te combineren met de mogelijkheid tot spontane ademhaling.
De modus kan worden toegepast bij patiënten:
- die volledige drukgecontroleerde ondersteuning nodig hebben;
- bij wie spontane ademactiviteit aanwezig is of wordt toegestaan;
- die van gecontroleerde naar gedeeltelijk ondersteunde beademing overgaan;
- bij wie synchronisatie van verplichte drukwisselingen wenselijk is;
- bij wie een geleidelijke overgang naar meer spontane ventilatie wordt nagestreefd.
De keuze voor PC-BIPAP moet worden gebaseerd op de toestand van de patiënt, de beademingsdoelen, lokale expertise en kennis van de specifieke ventilator. Het gebruik van pressure control is op zichzelf niet bewezen superieur aan volume control voor alle patiënten met acute respiratoire insufficiëntie. De toegepaste teugvolumes, drukken, PEEP, ademarbeid en patiënt-beademingsinteractie zijn waarschijnlijk belangrijker dan de naam van de modus alleen.
Mogelijke voordelen van PC-BIPAP
Begrenzing van de ingestelde luchtwegdruk
De verplichte ademteugen worden tot een vooraf gekozen drukniveau opgebouwd. Hierdoor is de maximale ingestelde inspiratoire luchtwegdruk beter voorspelbaar dan bij zuiver volumegecontroleerde beademing.
Dit voorkomt echter niet dat transpulmonale druk of teugvolume te hoog wordt wanneer de patiënt krachtig meeademt.
Decelererende inspiratoire flow
De flow is aan het begin van de inspiratie relatief hoog en neemt daarna af. Dit kan bij sommige patiënten beter aansluiten bij de initiële flowbehoefte, maar goede synchronie ontstaat niet automatisch en blijft afhankelijk van rise time, inspiratietijd en respiratoire drive.
Spontane ademhaling gedurende de ademcyclus
PC-BIPAP laat spontane ademactiviteit toe zonder dat de patiënt hoeft te wachten tot een verplichte inspiratie volledig voorbij is. Spontane diafragma-activiteit kan de ventilatie in afhankelijke longdelen ondersteunen en kan helpen volledige inactiviteit van het diafragma te voorkomen.
Mogelijk minder sedatie
In een gerandomiseerd onderzoek bij 700 patiënten met matig tot ernstig ARDS leidde een pressure-controlled strategie met toegestane spontane ventilatie tot minder gebruik van sedatie en neuromusculaire blokkade dan volume-assist-control. Er was echter geen significant verschil in mortaliteit, beademingsvrije dagen of opnameduur. De onderzochte PC-SV-strategie is fysiologisch verwant aan PC-BIPAP, maar niet op ieder detail identiek aan iedere commerciële PC-BIPAP-modus.
Risico’s en beperkingen van PC-BIPAP
Variabel teugvolume
Het belangrijkste aandachtspunt is dat het teugvolume niet gegarandeerd is. Veranderingen in compliantie, weerstand of ademarbeid kunnen bij gelijkblijvende instellingen tot grote volumeveranderingen leiden.
Onvoldoende ventilatie
Een lage drukamplitude, korte inspiratietijd, hoge weerstand of sterk verminderde compliantie kan een laag teugvolume en onvoldoende minuutventilatie veroorzaken. Het PaCO₂ kan hierdoor stijgen en respiratoire acidose kan ontstaan.
Excessief teugvolume
Een patiënt met een hoge respiratoire drive kan bovenop de druk van de ventilator een krachtige inspiratoire spierdruk genereren. Hierdoor kan het teugvolume te groot worden, ondanks een ogenschijnlijk acceptabele luchtwegdruk.
Patiëntzelfgeïnduceerde longschade
Krachtige spontane inspiratie kan de pleuradruk sterk verlagen en de transpulmonale druk verhogen. Bij ernstig beschadigde, heterogene longen kan dit bijdragen aan regionale overdistensie, pendelluft en mogelijk patient self-inflicted lung injury.
Auto-PEEP
Een te hoge ademfrequentie, lange inspiratietijd, obstructie of sterke tachypneu kan onvoldoende expiratoire tijd overlaten. Hierdoor kan dynamische hyperinflatie en intrinsieke PEEP ontstaan.
Hemodynamische effecten
Een hoge gemiddelde luchtwegdruk en hoge PEEP kunnen de veneuze retour verminderen en de rechterventrikel belasten. Dit is vooral relevant bij hypovolemie, pulmonale hypertensie of bestaande rechterventrikeldisfunctie.
Asynchronie
Hoewel PC-BIPAP spontane ademhaling toestaat en drukwisselingen kan synchroniseren, kunnen nog steeds triggerproblemen, flowtekort, vroegtijdige of late cycling en conflicten rond de overgang tussen drukniveaus ontstaan.
PC-BIPAP en longprotectieve beademing
PC-BIPAP is niet automatisch longprotectief. Longprotectieve beademing wordt bepaald door wat de long en de patiënt daadwerkelijk ontvangen, niet uitsluitend door de gekozen modus.
Bij ARDS adviseert de American Thoracic Society een strategie met teugvolumes van ongeveer 4–8 ml/kg voorspeld lichaamsgewicht en beperking van de plateaudruk tot minder dan 30 cmH₂O. Ook tijdens PC-BIPAP moeten het gemeten teugvolume, de totale ademfrequentie, plateaudruk waar betrouwbaar meetbaar, driving pressure, PEEP en spontane inspiratoire inspanning worden gevolgd.
Bij een actief ademende patiënt kan de luchtwegdruk de totale longbelasting onderschatten. De patiënt levert immers zelf een deel van de inspiratoire druk. Bij een hoge respiratoire drive kunnen daarom aanvullende metingen zoals P0.1, Pocc, oesofagusdruk of Pmus worden overwogen.
Het toelaten van spontane ademhaling moet steeds worden afgewogen tegen het risico van te hoge ademarbeid en grote teugvolumes. Volledig onderdrukken van ademactiviteit kan diafragmadisfunctie bevorderen, terwijl excessieve activiteit zowel de long als de ademhalingsspieren kan belasten.
Verschil tussen PC-BIPAP en PC-AC
Bij PC-AC, pressure control assist-control, wordt iedere herkende inspiratoire poging doorgaans omgezet in een volledige, drukgecontroleerde verplichte ademteug. De patiënt kan hierdoor de totale frequentie van verplichte ademteugen verhogen.
Bij PC-BIPAP blijft het aantal verplichte drukwisselingen volgens de ingestelde frequentie gehandhaafd. Tussen en tijdens deze verplichte wisselingen kan de patiënt spontaan ademen zonder dat iedere ademteug automatisch een volledige verplichte PC-teug veroorzaakt.
KenmerkPC-BIPAPPC-ACDrukgestuurde verplichte ademteugenJaJaIngestelde back-upfrequentieJaJaSpontaan ademen tijdens verplichte cyclusMogelijkBeperkter, afhankelijk van ventilatorIedere geldige trigger geeft volledige PC-teugNeeDoorgaans welAantal verplichte teugenVooraf ingesteldKan door patiënttriggering toenemenPressure support tussen verplichte teugenVaak mogelijkNiet de centrale eigenschap
De precieze werking kan per fabrikant verschillen. De modusnaam alleen is daarom onvoldoende; ook trigger-, cycle- en synchronisatieregels moeten worden gecontroleerd.
Verschil tussen PC-BIPAP en Pressure Support
Bij pressure support ventilation worden alle ondersteunde ademteugen door de patiënt gestart. De patiënt bepaalt voor een belangrijk deel de ademfrequentie, inspiratieduur en het teugvolume. De ademteug eindigt meestal wanneer de inspiratoire flow tot een ingesteld percentage van de piekflow is gedaald.
PC-BIPAP bevat daarnaast verplichte, tijdgecycleerde drukwisselingen. Daardoor blijft een minimale hoeveelheid machinale ondersteuning bestaan wanneer de spontane ademhaling afneemt.
Pressure support is dus primair een spontane beademingsvorm, terwijl PC-BIPAP een combinatie is van verplichte drukgecontroleerde beademing en spontane ademhaling.
Verschil tussen PC-BIPAP en APRV
PC-BIPAP en airway pressure release ventilation, APRV, behoren tot dezelfde familie van bifasische drukgestuurde beademingsvormen. Beide wisselen tussen twee positieve drukniveaus en kunnen spontane ademhaling gedurende de cyclus toestaan.
Bij klassieke APRV:
- wordt het hoge drukniveau relatief lang aangehouden;
- is de overgang naar het lage niveau meestal kort;
- functioneert het lage niveau vooral als een korte drukrelease voor CO₂-afvoer;
- ademt de patiënt vooral spontaan rond het hoge drukniveau.
Bij PC-BIPAP worden doorgaans een meer conventionele ademfrequentie en inspiratietijd gebruikt. De lage drukfase hoeft niet extreem kort te zijn en functioneert meer als een gewone expiratoire fase.
De grens tussen PC-BIPAP, Bilevel en APRV is niet op alle ventilatoren identiek. De ingestelde tijden en drukniveaus bepalen uiteindelijk het fysiologische gedrag van de modus.
Hoe wordt PC-BIPAP klinisch beoordeeld?
Na het starten of aanpassen van PC-BIPAP moeten verschillende domeinen worden gecontroleerd.
Ventilatie
- uitgeademd teugvolume;
- spontaan en verplicht minuutvolume;
- totale ademfrequentie;
- PaCO₂ en pH;
- end-tidal CO₂ indien betrouwbaar;
- aanwezigheid van auto-PEEP.
Oxygenatie
- SpO₂;
- PaO₂;
- FiO₂;
- PEEP;
- PaO₂/FiO₂-ratio;
- klinische tekenen van adequate orgaanoxygenatie.
Longmechanica
- compliantie;
- luchtwegweerstand;
- drukamplitude;
- totale PEEP;
- plateaudruk indien valide te meten;
- driving pressure;
- druk-, flow- en volumecurves.
Spontane ademarbeid
- ademfrequentie;
- gebruik van hulpademhalingsspieren;
- dyspneu;
- P0.1;
- Pocc of Pmus indien beschikbaar;
- triggervertraging;
- patiënt-beademingsasynchronie.
Hemodynamiek
- bloeddruk en MAP;
- hartfrequentie;
- vasopressorbehoefte;
- perifere perfusie;
- rechterventrikelfunctie;
- reactie op veranderingen van PEEP en gemiddelde luchtwegdruk.
De beste instelling is niet noodzakelijk de instelling met de hoogste saturatie of het grootste teugvolume. De totale balans tussen gaswisseling, longbelasting, ademarbeid, comfort en circulatie moet worden beoordeeld.
Praktische problemen bij PC-BIPAP
BevindingMogelijke oorzaakKlinische beoordelingDalend teugvolumeLagere compliantie, hogere weerstand, tubeprobleem, korte inspiratietijdCurves, auscultatie, tube, sputum, pneumothorax en longmechanica beoordelenStijgend teugvolumeSterkere spontane inspanning, betere compliantie, te hoge drukamplitudeAdemarbeid, P0.1/Pmus en longprotectieve grenzen beoordelenHoge PaCO₂Laag minuutvolume, dode ruimte, obstructie, korte inspiratietijdFrequentie, teugvolume, expiratoire flow en bloedgas beoordelenAuto-PEEPHoge frequentie, lange Ti, obstructie of tachypneuExpiratoire tijd verlengen en onderliggende obstructie behandelenFlowhongerTe langzame rise time of onvoldoende drukondersteuningDrukcurve, flowcurve, comfort en drive beoordelenLage bloeddrukHoge gemiddelde luchtwegdruk, hoge PEEP of hypovolemieHemodynamiek, rechterventrikel en volumestatus beoordelenVeel spontane teugenPijn, acidose, hypoxemie, koorts, angst of onvoldoende ondersteuningOorzaak van verhoogde respiratoire drive behandelen
Aanpassingen moeten niet uitsluitend op één monitorwaarde worden gebaseerd. Een verandering van Pinsp of frequentie kan meerdere fysiologische gevolgen tegelijk hebben.
PC-BIPAP tijdens het ontwennen van de beademing
Wanneer de patiënt herstelt en meer eigen ademactiviteit ontwikkelt, kan binnen PC-BIPAP het aandeel spontane ventilatie toenemen.
De ondersteuning kan bijvoorbeeld worden verminderd door:
- de verplichte frequentie te verlagen;
- het drukverschil tussen Pinsp en PEEP te verkleinen;
- aanvullende pressure support passend te titreren;
- sedatie te verminderen wanneer dat veilig is;
- de ademarbeid en synchronie opnieuw te beoordelen.
PC-BIPAP vervangt geen formele beoordeling van gereedheid voor extubatie. Wanneer de patiënt voldoende hersteld is, wordt doorgaans een spontane ademhalingstest uitgevoerd volgens het lokale weaningprotocol.
Veelgestelde vragen over Pressure Control/BIPAP
Waar staat PC-BIPAP voor?
PC-BIPAP staat voor Pressure Control – Biphasic Positive Airway Pressure. Het is een drukgestuurde invasieve beademingsmodus die wisselt tussen twee drukniveaus en spontane ademhaling gedurende de cyclus kan toestaan.
Is PC-BIPAP hetzelfde als BiPAP via een masker?
Nee. PC-BIPAP is in dit artikel een invasieve IC-beademingsmodus. Non-invasieve BiPAP wordt via een masker toegediend en gebruikt doorgaans IPAP en EPAP.
Is het teugvolume bij PC-BIPAP ingesteld?
Nee. Het teugvolume is het resultaat van het ingestelde drukverschil, de longmechanica, inspiratietijd en ademarbeid van de patiënt.
Wat gebeurt er wanneer de compliantie verslechtert?
Bij dezelfde ingestelde druk zal het teugvolume meestal afnemen. Een plotselinge daling kan onder andere passen bij longoedeem, atelectase, pneumothorax, abdominale drukstijging of een technisch probleem.
Kan de patiënt zelf ademen tijdens PC-BIPAP?
Ja. Spontane ademhaling kan bij PC-BIPAP in principe tijdens beide drukniveaus plaatsvinden.
Wat is het verschil tussen Pinsp en pressure support?
Pinsp bepaalt het hoge drukniveau van de verplichte drukgecontroleerde ademteug. Pressure support ondersteunt spontane, door de patiënt getriggerde ademteugen.
Beschermt pressure control tegen volutrauma?
Niet automatisch. Bij krachtige spontane inspanning of gunstige compliantie kan ondanks een begrensde luchtwegdruk een groot teugvolume ontstaan. Het uitgeademde teugvolume en de totale longbelasting moeten daarom worden gemonitord.
Is PC-BIPAP beter dan volume control?
Er is geen overtuigend bewijs dat PC-BIPAP of pressure control voor alle IC-patiënten betere klinische uitkomsten geeft dan volume control. Correcte longprotectieve instellingen en goede patiënt-beademingsinteractie zijn belangrijker dan de modusnaam alleen.
Wat is het verschil tussen PC-BIPAP en APRV?
Beide gebruiken twee drukniveaus en laten spontane ademhaling toe. Bij APRV wordt het hoge drukniveau relatief lang aangehouden en is de lage drukfase meestal een korte release. PC-BIPAP gebruikt doorgaans een conventionelere inspiratietijd en ademfrequentie.
Conclusie
Pressure Control/BIPAP is een drukgestuurde invasieve beademingsmodus waarbij de ventilator wisselt tussen een lager en een hoger drukniveau. De patiënt kan gedurende de ademcyclus spontaan blijven ademen, terwijl een ingestelde frequentie verplichte drukgecontroleerde ademteugen waarborgt.
Het belangrijkste voordeel is de combinatie van drukbegrensde verplichte beademing en de mogelijkheid tot spontane ademhaling. Het belangrijkste nadeel is dat het teugvolume varieert wanneer compliantie, weerstand of inspiratoire spieractiviteit verandert.
PC-BIPAP is daarom alleen veilig wanneer niet alleen de ingestelde druk, maar ook teugvolume, minuutventilatie, expiratoire flow, oxygenatie, ademarbeid, synchronie en hemodynamiek worden gevolgd.
De modus moet worden onderscheiden van PC-AC, pressure support, APRV en non-invasieve BiPAP. Omdat namen en algoritmen per fabrikant verschillen, moet de exacte werking van de gebruikte beademingsmachine altijd bekend zijn.
Medische disclaimer: deze tekst is bedoeld voor educatie van zorgprofessionals en vervangt geen lokaal beademingsprotocol, producthandleiding of patiëntspecifieke besluitvorming door een bevoegd behandelteam.
Bronnen:
-
Dräger. Ventilation Mini Manual: Brief explanation of ventilation modes and functions. Hoofdstuk PC-BIPAP versus PC-AC.
-
Chatburn RL, El-Khatib M, Mireles-Cabodevila E. A taxonomy for mechanical ventilation: 10 fundamental maxims. Respiratory Care. 2014;59(11):1747–1763. doi:10.4187/respcare.03057.
-
Putensen C, Wrigge H, Hering R. Clinical review: Biphasic positive airway pressure and airway pressure release ventilation. Critical Care. 2004;8:492–497. doi:10.1186/cc2919.
-
Rittayamai N, Katsios CM, Beloncle F, et al. Pressure-controlled versus volume-controlled ventilation in acute respiratory failure: a physiology-based narrative and systematic review. Chest. 2015;148(2):340–355. doi:10.1378/chest.14-3169.
-
Chacko B, Peter JV, Tharyan P, John G, Jeyaseelan L. Pressure-controlled versus volume-controlled ventilation for acute respiratory failure due to acute lung injury or ARDS. Cochrane Database of Systematic Reviews. 2015;1:CD008807. doi:10.1002/14651858.CD008807.pub2.
-
Richard JCM, Beloncle FM, Béduneau G, et al. Pressure control plus spontaneous ventilation versus volume assist-control ventilation in acute respiratory distress syndrome: a randomised clinical trial. Intensive Care Medicine. 2024;50:1647–1656. doi:10.1007/s00134-024-07612-3.
-
Qadir N, Sahetya S, Munshi L, et al. An update on management of adult patients with acute respiratory distress syndrome: an official American Thoracic Society clinical practice guideline. American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine. 2024;209(1):24–36.
-
Grasselli G, Calfee CS, Camporota L, et al. ESICM guidelines on acute respiratory distress syndrome: definition, phenotyping and respiratory support strategies. Intensive Care Medicine. 2023;49:727–759.
-
Rochwerg B, Brochard L, Elliott MW, et al. Official ERS/ATS clinical practice guidelines: noninvasive ventilation for acute respiratory failure. European Respiratory Journal. 2017;50:1602426. doi:10.1183/13993003.02426-2016.