PEEP bij mechanische beademing: werking en instelling
PEEP is een van de belangrijkste instellingen bij mechanische beademing op de intensive care. De afkorting staat voor positive end-expiratory pressure, oftewel positieve eindexpiratoire druk. Door aan het einde van de uitademing een positieve druk in de luchtwegen te handhaven, kan PEEP voorkomen dat instabiele longdelen volledig collaberen.
PEEP kan het eindexpiratoire longvolume vergroten, de oxygenatie verbeteren en cyclisch openen en sluiten van alveoli verminderen. Een te hoge PEEP kan echter leiden tot overdistensie, hypotensie en belasting van de rechterventrikel. De optimale PEEP is daarom geen vast getal, maar het niveau waarbij voldoende longweefsel openblijft zonder dat overmatige rek of relevante hemodynamische schade ontstaat.
Wat is PEEP?
Tijdens een normale spontane uitademing daalt de druk in de luchtwegen richting de atmosferische druk. Bij invasieve mechanische beademing kan de beademingsmachine aan het einde van de expiratie bewust een positieve luchtwegdruk handhaven. Deze ingestelde druk wordt PEEP genoemd en wordt uitgedrukt in cmH₂O.
Bij een ingestelde PEEP van 8 cmH₂O laat de beademingsmachine de luchtwegdruk tijdens de expiratie dus niet verder dalen dan ongeveer 8 cmH₂O. Daardoor blijft er aan het einde van de uitademing meer gas in de longen aanwezig dan bij een lagere PEEP.
PEEP is geen afzonderlijke beademingsmodus. Het is een drukniveau dat binnen verschillende beademingsvormen kan worden toegepast, waaronder volumegecontroleerde beademing, drukgecontroleerde beademing en pressure support.
Wat doet PEEP met de longen?
PEEP beïnvloedt vooral de toestand van de long aan het einde van de expiratie. De belangrijkste fysiologische effecten zijn:
- vergroting van het eindexpiratoire longvolume;
- stabilisatie van kleine luchtwegen en alveolaire longdelen;
- vermindering van expiratoire alveolaire collaps;
- mogelijke recrutering van eerder gecollabeerd longweefsel;
- verbetering van de ventilatie-perfusieverhouding;
- vermindering van intrapulmonale shunt;
- verandering van de compliantie van het respiratoire systeem.
PEEP maakt de long dus niet rechtstreeks “zuurstofrijker”. Het kan ervoor zorgen dat meer longweefsel beschikbaar blijft voor gaswisseling, waardoor het toegediende zuurstof effectiever kan worden opgenomen.
Functionele residucapaciteit en eindexpiratoir longvolume
De functionele residucapaciteit is de hoeveelheid lucht die na een normale passieve uitademing in de longen achterblijft. Bij anesthesie, langdurige rugligging, obesitas, longoedeem en ernstige longaandoeningen kan dit volume afnemen.
PEEP kan het eindexpiratoire longvolume verhogen. Hierdoor blijven kleine luchtwegen en alveoli beter open. Vooral in afhankelijke longdelen, waar het gewicht van de long en omliggende structuren de pleuradruk verhoogt, kan voldoende eind-expiratoire druk nodig zijn om collaps te beperken.
Een toename van het longvolume is echter niet automatisch hetzelfde als nuttige alveolaire recrutering. PEEP kan ook reeds open longdelen verder oprekken zonder betekenisvol gecollabeerd longweefsel te openen. Het onderscheid tussen recrutering en overdistensie is daarom essentieel.
Hoe verbetert PEEP de oxygenatie?
Bij aandoeningen zoals ARDS, longoedeem en diffuse atelectase kunnen alveoli gevuld, gecollabeerd of instabiel zijn. Bloed dat langs niet-geventileerde alveoli stroomt, wordt niet of nauwelijks van zuurstof voorzien. Dit wordt een intrapulmonale shunt genoemd.
Wanneer PEEP recruitbaar longweefsel opent en vervolgens openhoudt, kan:
- het geventileerde longoppervlak toenemen;
- de shuntfractie afnemen;
- de verhouding tussen ventilatie en perfusie verbeteren;
- de arteriële oxygenatie stijgen;
- soms een lagere FiO₂ worden gebruikt.
Een stijging van de saturatie of PaO₂ na verhoging van de PEEP bewijst echter niet dat de gekozen PEEP optimaal is. Oxygenatie is slechts één onderdeel van de beoordeling. Ook compliantie, driving pressure, doderuimteventilatie en hemodynamiek moeten worden meegenomen.
In de ALVEOLI-studie verbeterde een hogere PEEP-strategie de oxygenatie en kon een lagere FiO₂ worden gebruikt, maar dit leidde in de totale onderzoekspopulatie niet tot een significant lagere ziekenhuissterfte. Een betere zuurstofwaarde is dus niet automatisch gelijk aan een betere prognose.
PEEP en alveolaire recrutering
Alveolaire recrutering betekent dat niet- of slecht-geventileerde longdelen opnieuw belucht raken. PEEP kan vooral effectief zijn wanneer longweefsel:
- gecollabeerd maar nog recruitbaar is;
- niet volledig is geconsolideerd;
- bij lagere druk tijdens iedere expiratie opnieuw dichtvalt;
- verspreid over de long is aangedaan, zoals bij bepaalde vormen van diffuus ARDS.
Niet iedere long is even goed recruitbaar. Bij een uitgebreide lobaire pneumonie of een met ontstekingsmateriaal gevulde consolidatie kan verhoging van de PEEP nauwelijks extra longweefsel openen. De druk kan dan vooral terechtkomen in de al geopende longdelen, met overdistensie als gevolg.
De optimale PEEP hangt daarom mede af van het patroon en de aard van de longschade.
PEEP en atelectrauma
Atelectrauma ontstaat door herhaald openen en sluiten van instabiele kleine luchtwegen en alveolaire longdelen. Hierbij ontstaan lokale schuifkrachten en mechanische belasting.
Door de druk aan het einde van de expiratie voldoende hoog te houden, kan PEEP deze cyclische derecrutering verminderen. PEEP vormt daarmee een onderdeel van longprotectieve beademing.
Daar staat tegenover dat te veel PEEP volutrauma of barotrauma kan bevorderen door open longdelen overmatig uit te rekken. De klinische vraag is daarom niet alleen hoeveel PEEP nodig is om collaps te voorkomen, maar ook hoeveel druk het nog gezonde en reeds open longweefsel veilig kan verdragen.
PEEP, compliantie en driving pressure
De compliantie beschrijft hoeveel het respiratoire systeem in volume verandert bij een bepaalde verandering van druk. Bij een passief beademde patiënt kan de statische compliantie van het respiratoire systeem worden berekend als:
Crs = Vt / driving pressure
De driving pressure wordt berekend als:
Driving pressure = plateaudruk − totale PEEP
Bij aanwezigheid van auto-PEEP moet voor deze berekening in principe de totale PEEP worden gebruikt en niet alleen de ingestelde externe PEEP.
Wanneer een verhoging van de PEEP longweefsel recruitreert, kan bij hetzelfde teugvolume de compliantie verbeteren en de driving pressure dalen. Wanneer de compliantie juist afneemt en de driving pressure stijgt, kan dit wijzen op overdistensie of op afwezigheid van betekenisvolle recrutering.
Driving pressure is in observationele en secundaire analyses sterk geassocieerd met de uitkomst bij ARDS. Het blijft echter een monitoringsvariabele en geen op zichzelf bewezen behandeldoel dat los kan worden gezien van teugvolume, plateaudruk, spontane ademarbeid en longmechanica.
Wat is een normale PEEP?
Er bestaat geen universele normale of optimale PEEP. Een PEEP van 5 cmH₂O wordt vaak als uitgangswaarde gebruikt, maar is niet automatisch voor iedere patiënt voldoende of veilig.
De benodigde PEEP wordt onder andere beïnvloed door:
- de onderliggende longaandoening;
- de ernst van de hypoxemie;
- de recruitbaarheid van de long;
- de compliantie van long en thoraxwand;
- obesitas en intra-abdominale druk;
- lichaamshouding;
- aanwezigheid van spontane ademhaling;
- intrinsieke PEEP;
- circulatoire toestand;
- rechterventrikelfunctie.
PEEP moet daarom worden beschouwd als een dynamische instelling die opnieuw moet worden beoordeeld wanneer de toestand van de patiënt, de houding, de sedatie of de longpathologie verandert.
Hoe wordt PEEP ingesteld?
Er bestaat geen enkele methode die bij iedere IC-patiënt betrouwbaar de optimale PEEP bepaalt. Veelgebruikte benaderingen zijn:
PEEP-FiO₂-tabellen
PEEP-FiO₂-tabellen koppelen een bepaalde zuurstoffractie aan een aanbevolen PEEP-niveau. Bij toenemende zuurstofbehoefte wordt doorgaans ook een hogere PEEP gebruikt.
Deze tabellen bieden een gestandaardiseerd uitgangspunt en zijn veel toegepast in ARDS-onderzoek. Ze houden echter beperkt rekening met verschillen in recruitbaarheid, thoraxwandmechanica en circulatoire tolerantie.
Titratie op oxygenatie
De PEEP kan stapsgewijs worden verhoogd terwijl de zuurstofsaturatie, PaO₂ en benodigde FiO₂ worden gevolgd.
Een betere oxygenatie is gunstig wanneer deze wordt bereikt zonder verslechtering van longmechanica of circulatie. Alleen op basis van de hoogst haalbare PaO₂ kan de optimale PEEP echter niet worden vastgesteld.
Titratie op compliantie of driving pressure
PEEP kan stapsgewijs worden aangepast terwijl het teugvolume, de plateaudruk, totale PEEP en compliantie worden gevolgd.
Een PEEP-verhoging is waarschijnlijk gunstig wanneer bij een gelijk teugvolume:
- de compliantie verbetert;
- de driving pressure afneemt;
- de oxygenatie verbetert;
- de circulatie stabiel blijft.
Een verslechterende compliantie, stijgende driving pressure of toenemende plateaudruk kan passen bij overdistensie.
Compliantie van het totale respiratoire systeem wordt mede bepaald door de thoraxwand. Vooral bij obesitas, ascites of verhoogde intra-abdominale druk hoeft een hoge luchtwegdruk daarom niet automatisch te betekenen dat de transpulmonale druk te hoog is.
Slokdarmdruk en transpulmonale druk
Met een oesofagusballon kan een schatting van de pleuradruk worden verkregen. Hiermee kan de transpulmonale druk worden berekend:
Transpulmonale druk = alveolaire druk − pleuradruk
Deze benadering kan vooral relevant zijn wanneer de thoraxwandmechanica sterk afwijkt, bijvoorbeeld bij ernstige obesitas of een verhoogde intra-abdominale druk.
In de EPVent-2-studie leidde een oesofagusdrukgestuurde PEEP-strategie bij een brede groep patiënten met matig tot ernstig ARDS niet tot een significant betere primaire samengestelde uitkomst dan een empirische hoge PEEP-FiO₂-strategie. Het routinematig gebruiken van oesofagusdruk voor iedere ARDS-patiënt is daarmee niet bewezen superieur, al kan de techniek bij geselecteerde patiënten fysiologische meerwaarde bieden.
Elektrische impedantietomografie
Elektrische impedantietomografie, meestal afgekort tot EIT, geeft aan het bed informatie over de regionale verdeling van ventilatie. Hiermee kan worden geschat of een PEEP-verandering leidt tot meer dorsale recrutering of juist tot ventrale overdistensie.
EIT kan helpen bij individualisering, maar de beschikbaarheid, interpretatie en bewezen invloed op klinisch relevante uitkomsten zijn nog beperkt.
Welke signalen wijzen op een gunstig PEEP-effect?
Een PEEP-verhoging kan als gunstig worden beschouwd wanneer meerdere bevindingen dezelfde richting op wijzen:
- verbetering van de oxygenatie;
- mogelijkheid om de FiO₂ te verlagen;
- stijging van de compliantie;
- daling van de driving pressure;
- afname van derecrutering;
- gelijkblijvende of dalende doderuimteventilatie;
- stabiele bloeddruk en cardiac output;
- afwezigheid van tekenen van rechterventrikeloverbelasting;
- afname van de inspiratoire ademarbeid bij ondersteunde beademing.
De reactie moet na iedere relevante aanpassing opnieuw worden beoordeeld. De beste PEEP is meestal de PEEP met de gunstigste totale balans, niet noodzakelijk de PEEP waarbij één afzonderlijke waarde maximaal verbetert.
Wanneer is de PEEP waarschijnlijk te hoog?
Een te hoge PEEP kan leiden tot alveolaire overdistensie. Mogelijke aanwijzingen zijn:
- dalende compliantie;
- stijgende driving pressure;
- hoge of stijgende plateaudruk;
- toenemend fysiologisch dood volume;
- stijging van de PaCO₂ zonder andere verklaring;
- hypotensie;
- afname van het slagvolume of cardiac output;
- toenemende behoefte aan vasopressoren;
- tekenen van rechterventrikeldilatatie of -falen;
- barotrauma, waaronder pneumothorax;
- nauwelijks extra oxygenatiewinst ondanks verdere PEEP-verhoging.
Een hoge PEEP kan dus schadelijk zijn, ook wanneer de saturatie ogenschijnlijk goed blijft.
Hemodynamische effecten van PEEP
PEEP verhoogt niet alleen de druk in de alveoli, maar kan ook de intrathoracale en pleurale druk verhogen. Hierdoor ontstaan belangrijke interacties tussen longen, rechterventrikel en linkerventrikel.
Afname van de veneuze retour
Een stijgende intrathoracale druk kan het drukverschil voor veneuze terugstroom naar de thorax verkleinen. Daardoor kan de preload van de rechterventrikel afnemen.
Dit effect is doorgaans sterker bij:
- hypovolemie;
- hoge PEEP;
- hoge gemiddelde luchtwegdruk;
- geringe veneuze vaattonus;
- afwezigheid van voldoende circulatoire compensatie.
Effect op de rechterventrikel
Bij overdistensie kunnen alveolaire vaten worden samengedrukt, waardoor de pulmonale vaatweerstand stijgt. De rechterventrikel moet dan tegen een hogere afterload uitpompen.
Patiënten met ARDS, pulmonale hypertensie, longembolie of bestaande rechterventrikeldisfunctie zijn hiervoor extra kwetsbaar. Een PEEP-verhoging moet bij deze patiënten worden gecombineerd met beoordeling van bloeddruk, perfusie, centraal veneuze druktrends en zo nodig echocardiografie.
PEEP kan de rechterventrikel ook indirect ontlasten wanneer het gecollabeerde longweefsel opent en hypoxische pulmonale vasoconstrictie afneemt. Het netto-effect hangt af van de balans tussen recrutering en overdistensie.
Effect op de linkerventrikel
Positieve intrathoracale druk kan de transmuraledruk en daarmee de afterload van de linkerventrikel verlagen. Bij cardiogeen longoedeem en ernstig linkszijdig hartfalen kan CPAP of PEEP hierdoor gunstig zijn.
Bij een preload-afhankelijke patiënt kan de afgenomen veneuze retour echter overheersen, waardoor de cardiac output daalt. De circulatoire reactie op PEEP is dus afhankelijk van de onderliggende cardiale en volumestatus.
PEEP bij ARDS
Bij ARDS zijn de longen heterogeen aangedaan. Sommige longdelen zijn normaal of relatief goed belucht, andere zijn instabiel, gecollabeerd, met vocht gevuld of geconsolideerd. Het functionele longvolume is daardoor kleiner dan de anatomische longomvang. Dit wordt ook wel het concept van de baby lung genoemd.
PEEP kan bij ARDS:
- recruitbaar longweefsel openhouden;
- eindexpiratoire collaps verminderen;
- shunt verminderen;
- de homogeniteit van ventilatie verbeteren;
- atelectrauma beperken.
PEEP moet bij ARDS altijd worden toegepast binnen een bredere longprotectieve strategie. Dit omvat onder andere een laag teugvolume op basis van het voorspelde lichaamsgewicht en beperking van overmatige inspiratoire druk. Longprotectieve beademing met lagere teugvolumes heeft in de ARDSNet-studie de mortaliteit verlaagd.
Hoge of lage PEEP bij ARDS?
De optimale PEEP-strategie bij ARDS blijft onderwerp van wetenschappelijke discussie.
De Amerikaanse ATS-richtlijn uit 2024 adviseert conditioneel een hogere PEEP-strategie zonder langdurige recruitmentmanoeuvres bij patiënten met matig tot ernstig ARDS. De zekerheid van het bewijs wordt als laag tot matig beoordeeld. De richtlijn adviseert sterk tegen langdurige recruitmentmanoeuvres bij deze patiëntengroep.
De ESICM-richtlijn uit 2023 deed geen aanbeveling vóór of tegen routinematige toepassing van een hogere in vergelijking met een lagere PEEP-FiO₂-strategie. Dit verschil tussen richtlijnen laat zien dat er geen algemeen bewezen optimale PEEP-strategie voor alle ARDS-patiënten bestaat.
In de praktijk betekent dit dat een relatief hogere PEEP vooral kan worden overwogen bij matig tot ernstig ARDS wanneer er aanwijzingen zijn voor recruitbaarheid en de patiënt de druk respiratoir en hemodynamisch verdraagt.
Bij mild ARDS, weinig recruitbare longschade, uitgesproken focale consolidatie of ernstige rechterventrikelbelasting kan een hoge PEEP juist minder gunstig zijn.
Recruitmentmanoeuvres en PEEP
Een recruitmentmanoeuvre bestaat uit het tijdelijk sterk verhogen van de luchtweg- en alveolaire druk om gecollabeerde longdelen te openen. Vervolgens wordt PEEP gebruikt om het gerecruteerde longweefsel open te houden.
Dit klinkt fysiologisch aantrekkelijk, maar agressieve recruitmentmanoeuvres zijn niet zonder risico.
In de ART-studie werd een strategie met een intensieve recruitmentmanoeuvre en compliantiegestuurde PEEP-titratie vergeleken met een conventionele lage PEEP-strategie bij matig tot ernstig ARDS. De recruitmentstrategie leidde tot een hogere 28-dagensterfte, meer barotrauma en vaker hypotensie of toegenomen vasopressorbehoefte. Deze resultaten ondersteunen geen routinematig gebruik van langdurige en agressieve recruitmentmanoeuvres.
Een recruitmentmanoeuvre moet daarom niet worden gezien als een onschuldige standaardhandeling. Eventueel gebruik vereist een duidelijke indicatie, expertise en intensieve bewaking.
PEEP bij COPD en ernstig astma
Bij COPD en ernstig astma kan door expiratoire flowlimitering onvoldoende tijd beschikbaar zijn om volledig uit te ademen. De volgende inspiratie begint dan terwijl nog positieve druk in de alveoli aanwezig is. Dit wordt intrinsieke PEEP, auto-PEEP of dynamische hyperinflatie genoemd.
De eerste behandeling is gericht op het verminderen van air trapping:
- voldoende lange expiratoire tijd;
- zo nodig een lagere ademfrequentie;
- een passend teugvolume;
- behandeling van bronchusobstructie;
- beperken van onnodig hoge minuutventilatie.
Bij een spontaan ademende patiënt met flowlimitering kan zorgvuldig toegepaste externe PEEP de inspiratoire drempelbelasting verminderen. De patiënt hoeft dan minder druk te ontwikkelen voordat de beademingsmachine wordt getriggerd.
Externe PEEP moet hierbij voorzichtig worden getitreerd en onder het niveau blijven waarop de totale hyperinflatie toeneemt. Bij een volledig gecontroleerd beademde patiënt lost externe PEEP de oorzaak van auto-PEEP niet op.
Wat is auto-PEEP?
Auto-PEEP is positieve alveolaire druk aan het einde van de expiratie die niet bewust op de beademingsmachine is ingesteld. Deze druk ontstaat doordat de patiënt niet volledig heeft kunnen uitademen.
Mogelijke oorzaken zijn:
- expiratoire flowlimitering;
- bronchospasme;
- slijmretentie;
- een hoge ademfrequentie;
- een groot teugvolume;
- een te korte expiratoire tijd;
- een hoge ventilatoire vraag.
Auto-PEEP kan leiden tot verhoogde ademarbeid, moeilijk triggeren van de beademingsmachine, hypotensie, dynamische hyperinflatie en barotrauma.
Bij een passieve patiënt zonder grote lekkage kan totale PEEP worden gemeten met een eindexpiratoire occlusie:
Totale PEEP = externe PEEP + intrinsieke PEEP
De expiratoire flowcurve is eveneens belangrijk. Wanneer de expiratoire flow vóór de volgende inspiratie niet terugkeert naar nul, kan dit wijzen op onvolledige expiratie en air trapping.
PEEP bij obesitas en verhoogde intra-abdominale druk
Bij obesitas en verhoogde intra-abdominale druk kan de pleuradruk relatief hoog zijn. Hierdoor kunnen afhankelijke longdelen gemakkelijker collaberen en kan een hogere luchtweg-PEEP nodig zijn om een voldoende transpulmonale druk te bereiken.
Een hoge gemeten plateaudruk betekent in deze situatie niet automatisch dat de long zelf overmatig wordt opgerekt. Een groter deel van de luchtwegdruk kan nodig zijn om de stijve of zwaar belaste thoraxwand te bewegen.
Dit betekent niet dat iedere patiënt met obesitas automatisch een hoge PEEP moet krijgen. De instelling blijft afhankelijk van:
- long- en thoraxwandmechanica;
- oxygenatie;
- recruitbaarheid;
- hemodynamiek;
- lichaamshouding;
- eventuele meting van oesofagusdruk;
- regionale ventilatie.
PEEP beoordelen in de klinische praktijk
Na een relevante verandering van PEEP moeten meerdere domeinen opnieuw worden beoordeeld.
Gaswisseling
- SpO₂;
- PaO₂;
- PaO₂/FiO₂-verhouding;
- benodigde FiO₂;
- PaCO₂;
- pH.
Longmechanica
- teugvolume;
- plateaudruk;
- totale PEEP;
- driving pressure;
- statische compliantie;
- expiratoire flow;
- aanwezigheid van auto-PEEP.
Ademarbeid en synchronie
- ademfrequentie;
- gebruik van hulpademhalingsspieren;
- triggervertraging;
- flowhonger;
- tekenen van excessieve inspiratoire inspanning;
- patiënt-beademingsasynchronie.
Hemodynamiek
- bloeddruk;
- hartfrequentie;
- vasopressorbehoefte;
- capillary refill en perifere perfusie;
- slagvolume of cardiac output indien beschikbaar;
- rechterventrikelfunctie bij echocardiografie.
Beeldvorming en regionale ventilatie
- thoraxfoto of CT in de juiste klinische context;
- longechografie;
- elektrische impedantietomografie;
- echocardiografie bij verdenking op cardiale belasting.
Praktische kernpunten
PEEP is noodzakelijk om eind-expiratoire longcollaps te beperken, maar meer PEEP is niet automatisch beter.
De meest geschikte PEEP:
- verbetert of behoudt de oxygenatie;
- maakt verlaging van een hoge FiO₂ mogelijk;
- vermindert derecrutering;
- verbetert bij voorkeur de compliantie;
- verlaagt of verhoogt de driving pressure niet ongunstig;
- veroorzaakt geen relevante overdistensie;
- wordt hemodynamisch verdragen;
- past bij de onderliggende pathofysiologie.
PEEP moet nooit geïsoleerd worden beoordeeld. Het effect wordt mede bepaald door teugvolume, plateaudruk, inspiratoire inspanning, thoraxwandmechanica, houding, circulatie en rechterventrikelfunctie.
Veelgestelde vragen over PEEP
Waar staat PEEP voor?
PEEP staat voor positive end-expiratory pressure. Dit betekent dat aan het einde van de uitademing een positieve druk in de luchtwegen wordt gehandhaafd.
Waarom wordt PEEP gebruikt?
PEEP wordt gebruikt om expiratoire collaps van kleine luchtwegen en alveolaire longdelen te verminderen, het eindexpiratoire longvolume te vergroten en de oxygenatie te ondersteunen.
Is een PEEP van 5 cmH₂O altijd voldoende?
Nee. Een PEEP van 5 cmH₂O wordt vaak als startniveau gebruikt, maar kan bij ARDS, obesitas of ernstige atelectase onvoldoende zijn. Bij weinig recruitbare longschade of circulatoire instabiliteit kan een relatief lage PEEP juist passender zijn.
Kan PEEP schadelijk zijn?
Ja. Een te hoge PEEP kan overdistensie, hypotensie, afname van de cardiac output, verhoogde rechterventrikelbelasting en barotrauma veroorzaken.
Verbetert een hogere PEEP altijd de zuurstofsaturatie?
Niet altijd. Wanneer recruitbaar longweefsel wordt geopend, kan de oxygenatie verbeteren. Wanneer PEEP vooral open longdelen overdistendeert, kan de oxygenatie weinig verbeteren of zelfs verslechteren.
Wat is het verschil tussen PEEP en CPAP?
Bij CPAP wordt gedurende de volledige spontane ademcyclus één continu positief drukniveau aangehouden. PEEP is de positieve druk die aan het einde van de expiratie aanwezig blijft tijdens mechanische beademing. Fysiologisch zijn de begrippen verwant, maar ze worden in een andere beademingscontext gebruikt.
Wat is het verschil tussen ingestelde PEEP en totale PEEP?
De ingestelde PEEP is de externe druk die op de beademingsmachine is ingesteld. De totale PEEP omvat zowel de externe PEEP als eventueel aanwezige intrinsieke PEEP of auto-PEEP.
Kan PEEP helpen om de FiO₂ te verlagen?
Ja. Wanneer PEEP recruitbaar longweefsel opent en de shunt vermindert, kan soms dezelfde oxygenatie met een lagere FiO₂ worden bereikt. Dit moet worden afgewogen tegen mogelijke overdistensie en hemodynamische effecten.
Conclusie
PEEP is een essentieel onderdeel van mechanische beademing op de intensive care. De instelling kan alveolaire collaps verminderen, de oxygenatie verbeteren en bijdragen aan longprotectieve beademing. Tegelijkertijd kan een te hoge PEEP overdistensie, circulatoire achteruitgang en rechterventrikelbelasting veroorzaken.
Er bestaat daarom geen universele optimale PEEP. De juiste instelling wordt bepaald door de balans tussen recrutering en overdistensie en moet worden beoordeeld aan de hand van oxygenatie, longmechanica, driving pressure, hemodynamiek en de onderliggende pathofysiologie.
Bij matig tot ernstig ARDS kan een hogere PEEP zonder langdurige recruitmentmanoeuvres passend zijn, maar de evidence ondersteunt geen standaardwaarde die voor iedere patiënt geldt. PEEP moet steeds opnieuw en patiëntspecifiek worden getitreerd.
Medische disclaimer: deze tekst is bedoeld voor educatie van zorgprofessionals en vervangt geen lokaal beademingsprotocol, patiëntspecifieke beoordeling of besluitvorming door een bevoegd behandelteam.
Bronnen:
- Qadir N, Sahetya S, Munshi L, et al. An Update on Management of Adult Patients with Acute Respiratory Distress Syndrome: An Official American Thoracic Society Clinical Practice Guideline. American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine. 2024;209(1):24–36.
- Grasselli G, Calfee CS, Camporota L, et al. ESICM Guidelines on Acute Respiratory Distress Syndrome: Definition, Phenotyping and Respiratory Support Strategies. Intensive Care Medicine. 2023;49:727–759. doi:10.1007/s00134-023-07050-7.
- Brower RG, Lanken PN, MacIntyre N, et al. Higher versus Lower Positive End-Expiratory Pressures in Patients with the Acute Respiratory Distress Syndrome. New England Journal of Medicine. 2004;351:327–336. doi:10.1056/NEJMoa032193.
- Writing Group for the Alveolar Recruitment for Acute Respiratory Distress Syndrome Trial Investigators. Effect of Lung Recruitment and Titrated Positive End-Expiratory Pressure versus Low PEEP on Mortality in Patients with ARDS. JAMA. 2017;318(14):1335–1345. doi:10.1001/jama.2017.14171.
- The Acute Respiratory Distress Syndrome Network. Ventilation with Lower Tidal Volumes as Compared with Traditional Tidal Volumes for Acute Lung Injury and the Acute Respiratory Distress Syndrome. New England Journal of Medicine. 2000;342:1301–1308. doi:10.1056/NEJM200005043421801.
- Amato MBP, Meade MO, Slutsky AS, et al. Driving Pressure and Survival in the Acute Respiratory Distress Syndrome. New England Journal of Medicine. 2015;372:747–755. doi:10.1056/NEJMsa1410639.
- Beitler JR, Sarge T, Banner-Goodspeed VM, et al. Effect of Titrating PEEP with an Esophageal Pressure-Guided Strategy versus an Empirical High PEEP-FiO₂ Strategy on Death and Days Free from Mechanical Ventilation among Patients with ARDS. JAMA. 2019;321(9):846–857. doi:10.1001/jama.2019.0555.
- Gattinoni L, Collino F, Maiolo G, et al. Positive End-Expiratory Pressure: How to Set It at the Individual Level. Annals of Translational Medicine. 2017;5(14):288. doi:10.21037/atm.2017.06.64.
- Kreit JW. Respiratory-Cardiovascular Interactions During Mechanical Ventilation: Physiology and Clinical Implications. Comprehensive Physiology. 2022;12:3425–3448. doi:10.1002/cphy.c210003.